In 2028 is het honderd jaar geleden dat de Amsterdamse spelen
plaatsvonden. NOC*NSF heeft de ambitie ontvouwd om deze dan weer
naar Nederland te halen. "Het Internationaal Olympisch Comité
kiest traditioneel voor een grote stad. Dat mag Amsterdam of
Rotterdam zijn, dat maakt ons niet uit." zegt wethouder Jan
Hamming, voorzitter van de pijler Fysiek van de G32. "Op
wereldschaal is Nederland te beschouwen als één stedelijk gebied.
Daarom stellen wij onze voorzieningen en onze kennis beschikbaar om
tot een sterk aanbod te komen."
De Spelen worden tegenwoordig gekenmerkt door grote getallen.
Tweehonderd deelnemende landen; 10.500 atleten; 20.000 directe en
indirecte begeleiders en 3.000 officials. 35.000 vertegenwoordigers
van de media waarvan 25.000 geaccrediteerd. De Spelen zelf worden
draaiende gehouden door ongeveer 45.000 vrijwilligers.
Bezoekersaantallen liggen tussen de 4 en 8,5 miljoen mensen.
Er moet stevig worden geïnvesteerd in sportvoorzieningen,
infrastructuur en verkeer. De investeringen in Olympische Spelen
bestaan uit directe organisatiekosten (circa 2,5 miljard dollar) en
de kosten voor sportaccommodaties, huisvesting en infrastructuur.
Het budget voor Atlanta (1996) en Sydney (2000) was relatief laag
(6,5 respectievelijk 4,5 miljard US dollar). Voor Barcelona,
Beijing en Londen lopen deze op tot 18 miljard US dollar.
Duurzame opbrengsten
Tegenover de hoge investeringskosten staan ook baten. Nieuwe
woonwijken, nieuwe natuur, betere voorzieningen in de steden en
betere bereikbaarheid bijvoorbeeld. Ook toerisme en de economie
worden gestimuleerd. De Spelen fungeren als aanjager voor innovatie
en stedelijke vernieuwing en leiden daarnaast tot een verbeterd
(top)sportklimaat. Nederland kan verder een uniek visitekaartje
afgeven als het gaat om waterbeheer en klimaatbestendig bouwen. De
ruimtebehoefte wordt geschat op 500 tot 550 hectaren voor
sportvoorzieningen (ongeveer de grachtengordel in Amsterdam) en 50
tot 100 hectaren voor een Olympisch Dorp. Daarnaast wordt een zwaar
beroep gedaan op vervoersvoorzieningen en hotelcapaciteit.
"De kunst is om slim om te gaan met vaste en tijdelijke
voorzieningen," legt Jan Hamming uit. "De legacy die
achter blijft ná de Spelen moet een extra waarde voor Nederland
bieden" . "Verder is het zaak om activiteiten te spreiden
over het land en de kracht van steden te bundelen. Vanuit
midden-Nederland liggen de meeste steden binnen een straal van 150
km. Nu al ligt er in de steden een uitstekende sportinfrastructuur.
Denk aan de zwemaccomodaties in Eindhoven, voorzieningen voor
fietsen of schaatsen in Tilburg, turncomplexen in Arnhem
(Papendal), zeilen op het IJsselmeer vanuit Lelystad en de
wildwaterbaan in Zoetermeer enzovoorts. De bevolking in onze is
zeer sport-minded en de files vallen er nog mee. En laten we wel
wezen: in Beijing en München draaide men zijn hand niet om voor
zeilen op duizend kilometer afstand."
Een breed gedragen Nederlandse kandidatuur is volgens de G32 zeer
kansrijk. Ons land heeft de Spelen wat te bieden in termen van
ambiance, beleving en unieke kwaliteiten in de steden en
daarbuiten.
Aan de andere kant kan Nederland een dergelijk project goed
gebruiken. De Spelen jagen de innovatie en creativiteit aan en
bevorderen sociale saamhorigheid en trots, besluit Hamming: "
Nederland is een land van steden en dit maakt de steden
sterker. Daarom willen de G32 graag meedoen. Wij stellen onze
kennis, kunde en locaties ter beschikking. Nederland zal er
blijvend van profiteren."